De federale regering lanceerde deze week op initiatief van Rob Beenders het nationale actieplan tegen racisme, een plan dat al zo’n 25 jaar geleden beloofd werd na de VN-conferentie tegen racisme in Durban. ‘Een erg mager beestje’, vindt professor sociologie Pieter-Paul Verhaeghe (VUB).
“Racisme en discriminatie zijn onaanvaardbaar en staan haaks op de basisprincipes van een democratische rechtsstaat.” Zo staat het in het federale regeerakkoord. Daarom belooft de regering een “ambitieus interfederaal actieplan tegen racisme, discriminatie en onverdraagzaamheid”. Dat is geen overbodige belofte. Dag op dag 25 jaar geleden engageerde België zich op de VN-Wereldconferentie tegen Racisme in Durban om een nationaal actieplan uit te werken. De Durban Verklaring riep staten expliciet op om structurele maatregelen te nemen tegen racisme. In Durban wisten ze waarover ze spraken. Structureel racisme in al haar vormen was decennialang de bestaansreden van de Zuid-Afrikaanse apartheidsstaat. Er valt zoveel te beleven. Knack Focus helpt u te kiezen.
Het is een goede zaak dat minister Rob Beenders het engagement na 25 jaar eindelijk wil concretiseren via een Interfederaal plan tegen racisme. Dit plan tracht de verschillende overheden in België rond gezamenlijke doelstellingen te laten werken. Het neemt zich bovendien voor om dit alles te vertalen in meetbare indicatoren die nadien ook geëvalueerd zullen worden. Een mooie intentie, maar het wordt nog afwachten hoe dit concreet zal worden ingevuld en – belangrijk – of er ook voldoende middelen voor vrijgemaakt zullen worden. Indien niet, dan wordt dit de zoveelste tick-the-box oefening. De karikatuur schuilt om de hoek dat het opstellen zelf van een plan tegen racisme uiteindelijk de belangrijkste maatregel dreigt te worden.
Meer fundamenteel zien we een zeer beperkte visie op racismebestrijding. Wie de voorbereidende documenten leest, ziet een sterke nadruk op diversiteitstrainingen, onderzoek, dataverzameling en overleg. Dat zijn nuttige instrumenten, maar racisme wordt hierbij gezien als een probleem van individuele vooroordelen, een gebrek aan kennis en coördinatie. Het past bij wat de Brits-Amerikaanse denker Arun Kundnani een ‘liberale benadering’ van antiracisme noemt. Daartegenover staat de structurele visie die kijkt naar hoe instituties, beleidskeuzes en machtsverhoudingen etnische ongelijkheden reproduceren. Individueel racisme aanpakken is noodzakelijk, maar zolang de bredere context niet aangepakt wordt, zal racisme blijven gedijen. Het is dan ook niet te verwonderen dat bijvoorbeeld de etnische discriminatie op de arbeids- of huurwoningmarkt de afgelopen 20 jaar niet is gedaald.
Dit probleem wordt reeds zichtbaar bij de vier zogenaamde ‘transversale’ maatregelen uit het voorstel. België beschikt vandaag over drie gelijkheidsorganen en vier ministers van gelijke kansen. Het nieuwe interfederale plan stelt terecht dat informatie hierdoor te versnipperd is en dat burgers moeilijk hun weg vinden. Maar dit is een probleem dat door de verschillende overheden net zelf is gecreëerd. Vlaanderen is in 2023 uit Unia gestapt, waardoor burgers daar naar het nieuw opgerichte Vlaams Mensenrechteninstituut worden doorverwezen voor de Vlaamse bevoegdheden. Vervolgens wordt Unia door deze federale regering verder uitgekleed door haar financiering met 25% te verminderen.
De oplossing volgens het interfederale plan? Meer coördinatie met een interfederaal dataplatform en een webpagina met een keuzemenu om mensen naar het juiste gelijkheidsorgaan te leiden. Dit is nieuwe koterijen bouwen in plaats van het probleem structureel aan te pakken. Waarom durven we niet opnieuw te kiezen voor het versterken van één krachtige, interfederale instelling zoals Unia? Dit zou geen taboe mogen zijn. Een ander voorbeeld: Op dit moment is het voor slachtoffers erg moeilijk om discriminatie te bewijzen. De overheid kan daarom best de juridische mogelijkheden voor proactieve praktijktesten versterken, duidelijkheid creëren over wie ze kan uitvoeren, en hier ook de middelen voor vrijmaken. Maar ook op dit vlak blijft de ambitie erg laag. Het plan stelt enkel voor dat de verschillende overheden in de toekomst hun evaluaties van de antidiscriminatiewetgeving delen. Het inventariseren van evaluaties kunnen we bezwaarlijk een structurele hervorming noemen.
Het is ook opvallend hoe afwezig de federale bevoegdheden van migratie en buitenlands beleid zijn. Zo wordt er in het huidige actieplan van Minister Beenders met geen woord gerept over de structurele ontmenselijking van asielzoekers door zijn federale collega Anneleen Van Bossuyt. België komt bewust zijn wettelijke verplichtingen niet na tegenover asielzoekers. Middenveldorganisaties rapporteerden reeds meer dan 15.000 rechterlijke veroordelingen met honderden asielzoekers die dagelijks zonder opvang op straat belanden. Ook internationaal blijft de spanning bestaan tussen België’s engagement tegen racisme en zijn buitenlands beleid. Zo onthielden in maart 2026 alle EU-lidstaten – inclusief België – zich bij een VN-resolutie die slavernij veroordeelde en opriep tot een dialoog over herstelbetalingen aan de slachtoffers.
Ten slotte is de Belgische houding inzake genocide in Palestina hemeltergend. We kunnen als België veel meer doen om het racistische geweld tegen de Palestijnse bevolking te stoppen. Zolang België niet erkent dat racisme en etnische machtsverhoudingen verweven zitten in het migratie- en buitenlands beleid, blijft het beperkt tot een binnenlands discriminatievraagstuk en kan het die beleidsdomeinen buiten schot houden. Maar racisme stopt niet aan de grenzen van ons land.
Een interfederaal actieplan tegen racisme is dus meer dan welkom. Maar het mag geen plan worden waarin overheden vooral beloven beter samen te werken, meer onderzoek te doen en burgers beter te informeren. België heeft na 25 jaar wachten geen gebrek aan kennis over racisme. In de geest van Durban moet het durven om ook de onderliggende structuren van racisme daadwerkelijk te veranderen.
Deze opiniebijdrage werd gepubliceerd in Knack.